Lina rent door de tuin. Haar mooie bloemen hangen neer. Ze staart naar de oude put achter het hek.
Lina trekt aan het touw, maar de emmer beweegt niet. Een klein blauw vriendje trekt aan haar mouw en springt op de rand.
Het touw knapt! De emmer valt naar beneden. Het blauwe vriendje kijkt over de rand — ploff! — en verdwijnt met de emmer.
Een seconde later duikt het blauwe vriendje weer op. Het draagt de emmer als een hoed. Lina lacht.
Lina heeft een nieuw touw. Samen trekken ze — één, twee, drie! De emmer komt boven, vol en zwaar.
Lina giet het water bij elke bloem. Het blauwe vriendje spettert de droogste plek. De bloemen leven weer op.
De tuin zoemt van leven. Lina leunt met haar voorhoofd tegen het koude hoofd van haar blauwe vriendje.
Ze hebben de tuin gered. Samen. Lina glimlacht. Het blauwe vriendje knipoogt.