Melissa duwt de oude tuindeur open en stapt naar binnen. De bladeren flikkeren als zilveren muntjes.
Een eenhoorn buigt zijn hoofd naar haar. Een konijn met enorme oren hopt dichtbij. Het ruikt naar warm brood en regen.
De eenhoorn stuitert Melissa naar een pad van blauwe paddenstoelen. Het konijn wijst naar de hemel — een donkere vlek eet het sterrenlicht op.
Melissa loopt met hen mee door de bomen. Haar vingertoppen strelen de schors — die voelt zacht aan als fluweel.
Ze zoeken de ster. Het konijn graven zich de grond in. De eenhoorn stampert met zijn hoeven. ‘Ik hoor iets!’ fluisterde Melissa.
Daar, in een holle boomstam, gloeit de ster. Een klein zonnetje, verloren en alleen.
De stambevingt. ‘Het is oké,’ zegt de eenhoorn zacht. Het konijn leunt tegen haar been.
Melissa ademt diep in en tilt de ster omhoog. ‘Laten we je naar huis brengen.’
De ster schiet omhoog en zet zich vast in de hemel. Goud en roze licht overdekt alles.
Melissa zwaait. ‘Dank je wel,’ fluistert ze. Ze loopt terug naar de deur.
Ze stapt terug haar tuin in. De nacht voelt anders — warmer, helderder, vol stille magie.
Melissa glimlacht en knippert naar de nieuwe ster. De magische deur sluit zachtjes achter haar.